Achter in onze tuin had ik vroeger mijn eigen tuintje. Het lag aan de slootkant, naast de rabarber en er groeide van alles. Op een dag kwam ik ergens op straat een eikeltje tegen en besloot het te planten in dat tuintje. Na het begraven vergat ik het, tot er een paar maanden later opeens een scheut uit de grond kwam. Apetrots was ik en vanaf toen hield ik het scherp in de gaten en zorgde ik goed voor mijn beginnende eikenboom. Tot de dag dat mijn vader besloot de hele tuin om te gooien. Ook mijn tuin moest daarvoor wijken, inclusief mijn kleine eikenboompje. Ik heb mijn vader verfoeid om het feit dat dat scheutje waar ik zo trots op was het veld moest ruimen, maar helaas had ik niets in te brengen en is de boom nooit uitgegroeid tot een prachtige, statige boom.
Ik moest aan dit verhaal denken toen ik in de verhalenbundel ‘Kwallen in de brievenbus’ het verhaal ‘Jesses bos’ van Tanja de Jonge las. Dit verhaal gaat over Jesse die zich zorgen maakt om de bomen en samen met zijn vriend Serkan besluit om een bos te planten. Dat doen ze met kastanjes die ze tegenkomen. Ze planten de scheuten echter op een plek waar dat niet helemaal mag. Zouden de bomen mogen blijven staan of komt het bos al ten einde nog voor het begonnen is?
Tanja de Jonge schreef een fijn verhaal dat laat zien dat iedereen kan bijdragen aan een betere wereld. Daarvoor hoef je niet gelijk een heel bos te planten, maar is een tuin en een enkele kastanje al voldoende. Groots denken mag uiteraard, maar het verschil kun je zelf maken mét een beetje hulp van anderen.
Een ander verhaal waar ik van genoot in ‘Kwallen in de brievenbus’ is het slotverhaal van de bundel: ‘Grote groene woorden’ van Tialda Hoogeveen. In dit verhaal ziet de wereld er al een stukje minder mooi uit dan in het verhaal van De Jonge. Fardau woont samen met haar moeder die ziek is. Helaas hebben ze maandelijks veel moeite om rond te komen: ze hebben maar weinig punten voor medicijnen op hun klimaatpas staan. Maar dan komt er een wedstrijd waarmee extra punten gewonnen kunnen worden. Fardau is vastbesloten mee te doen en te winnen, maar met welk plan?
Het toekomstbeeld dat geschetst wordt in dit verhaal is niet hoopgevend: een regering die niet het beste voorheeft met de mens, angst voor de klimaatpolitie en grote tekorten aan eten en medicijnen. Toch is ‘Grote groene woorden’ een hoopgevend verhaal. Omdat het ook laat zien hoe je met elkaar verandering kunt bewerkstelligen op kleine schaal, net als bij ‘Jesses bos’. Juist de kleine initiatieven maken de wereld een stukje mooier.
In dit verhaal zegt een van de hoofdpersonen:
‘Woorden zijn net als water. Ze zijn sterk, zacht en vrij. Je kunt ermee bouwen, je kunt ermee afbreken.’
Dat is een prachtig citaat en het laat goed zien wat het collectief Schrijvers van toekomst doet: zij bouwen door middel van woorden aan een betere wereld. Door hun verhalen laten ze zien hoe een jongere, een kind het verschil kan maken en hoe we altijd samen sterk zijn. Dat is prachtig en verdient volop de aandacht.
Schrijver: Schrijvers voor toekomst
Illustrator: Sophie Pluim
Uitgeverij: Ploegsma
Lees ook:


