10+ Boeken Dagopening Dichtbundel Dieren / natuur Geloven in jezelf Liefde Verlies Vriendschap

Gelukkig en blij

Het leven op het platteland maakte van mij een vrij kind: wanneer het kon op blote voeten buiten of als het echt te koud werd met klompen aan mijn voeten. Tussen de kippen, de schapen en de koeien alwaar ik mij op mijn gemak voelde. Zeker als een kalfje sabbelde op je hand of als je een leblammetje melk gaf en ik het beestje  tussendoor gedachteloos door dat zachte vachtje heen kriebelde. Ook fijn waren de zomeravonden waarin ik buiten boeken las tot het echt te donker werd om verschillende letters van elkaar te kunnen onderscheiden, waarna je de sterren aan de hemel niet meer kon tellen, zoveel waren het er. De mooiste traktatie? Als er onverwachts een hert in het land om ons huis heenliep. Zo stilletjes mogelijk probeerde de ontdekker van de herten dan de rest van het gezin te waarschuwen om er met elkaar van te kunnen genieten. Als je echt geluk had, trof je niet één maar zelfs meerdere herten aan. Magisch was dat.

Edward van de Vendel weet ook hoe magisch zo’n moment kan zijn. Hij heeft het gevangen in een gedicht in zijn nieuwe bundel ‘Gelukkig en blij’:

Soms staat er in de verte een hert.

Plotseling opgesteld

aan de rand van het veld,

alsof hij uit de lucht werd losgeknipt.

Alsof hij met een boog

uit het bos werd gewipt.

Daar is hij – aangestipt

in ons oog.

We zien hem

en

zien hem niet meer.

Het hert krijgt niet een al te grote rol in deze bundel, maar dat past ook niet. Want: we zien hem en zien hem niet meer. Zo krijgt ieder dier zijn eigen rol toebedeeld in deze prachtige dichtbundel die gaat over het leven op de boerderij. De katten van de boerderij spelen een van de hoofdrollen in de dichtbundel. Maar liefst zeven gedichten gaan over Hannes en Hassan die niet met elkaar, maar zeker ook niet zonder elkaar kunnen. In het zesde gedicht over de twee rode katers wordt maar al te duidelijk hoezeer ze eigenlijk gehecht zijn aan elkaar. Een van de twee katten wordt angstig:

‘Misschien is onaardigheid

als een glibberig dak:

aan het eind is er niks

en dan maak je een smak.

Zouden we weg kunnen glijden

in woorden, in taal?

Straks haten we…’

zegt hij: ‘straks haten we

elkaar ineens helemáál.

Door de hele dichtbundel heen zitten er metaforen verstopt die ons doen denken aan het leven van mensen. De dieren, maar ook de tuinkabouter krijgen menselijke eigenschappen toebedeeld die ons laten reflecteren op ons eigen doen en laten en ons eigen denken. Bij tijd en wijle is de bundel maatschappijkritisch, wat te denken van het openingsgedicht ‘Herstelboerderij’ dat al veelvuldig is gedeeld:

Uit de monden van mensen

waait altijd lawaai.

Je kunt hun herrie bijna bekijken –

zo taai hangt het in de lucht.

Ze kleden er hun dag mee aan.

Ook over fake news doet Edward van de Vendel zijn zegje in het gedicht ‘Het nieuws van de week’. Het mooie van dit soort gedichten is dat hij er een bepaalde luchtigheid in verweven heeft. Ook als het gaat over klimaatproblematiek, over ouder en daardoor star worden: de gedichten laten je met een kleine glimlach achter. En niet alle gedichten zijn kritisch of zwaar. Het mooiste gedicht vond ik misschien wel ‘Over jonkies’:

‘als je alle stukkies geluk van de wereld

naast mekaar zou leggen

en op een hoop zou harken,

dan hadden die op dat moment de vorm

van mij,

het mamavarken.’

‘Gelukkig en blij’ bevat vijftig gedichten die ons het jaarrond mee kunnen nemen. De seizoenen leiden ons in deze bundel, maar ook de indrukwekkende illustraties van Martijn van der Linden. Het leven op de boerderij staat niet stil. De boerderij wordt verbouwd en stapje voor stapje word je als lezer meegenomen in het proces. En ook de emoties van de dieren weet Van der Linden feilloos te vangen in zijn illustraties. Een volmaakt tevreden schildpad die in de winter op de verwarmingsbuis ligt om zo weg te dromen en ezel Aquamarijn die door de bundel heen vindt wat hij altijd al gezocht heeft: gewoon thuis bij zijn eigen ezelvriendjes.  

Zo hebben dichter en illustrator een wereld weten te creëren die uitnodigt tot overdenking en tot zelfreflectie, maar ook tot het gewoon genieten van hetgeen er is en tot het terug laten keren van de fijne zomeravonden zoals ik die kende als kind:

‘O, de zomer staat voortdurend

met haar warme armen wijd,

want de zomer heeft voortdurend

knuffelzin.

En jij?

Nou ja – jij houdt van haar.

Dus je springt de hitte in.’


Schrijver: Edward van de Vendel
Illustrator: Martijn van der Linden
Uitgeverij: Querido


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *